Laatste berichten

Links

Welkom bij Showtime!

  • Welkom bij Showtime!
    Het boek 'Hondenshows - Alles over het meedoen aan hondententoonstellingen' heeft geleid tot 'Showtime!' een maandelijkse column over hondenshows in maandblad De Hondenwereld.
    De verschenen columns kun je hier terugvinden.

juli 2009

ma di wo do vr za zo
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad
Welkom bij Showtime!
...de maandelijkse column die Judith Lissenberg naar aanleiding van haar boek 'Hondenshows - Alles over het meedoen aan hondententoonstellingen' schrijft voor maandblad De Hondenwereld.

28 juni 2007

Horizon

Omdat je in de hondenwereld nooit bent uitgeleerd, probeer ik met enige regelmaat workshops of seminars te volgen. Een voordracht over fokkerij en genetica, een middagje grooming & handling of een congres over voeding: ook al denk je het misschien allemaal al lang te weten, je kennis opfrissen en horizon verbreden kan beslist geen kwaad. Ditmaal staat er een workshop Tellington lichaamsbandages op het programma. Over elastische bandages die op verschillende manieren om het hondenlijf kunnen worden aangelegd, om zo het gevoel voor het eigen lichaam te versterken en de hond zekerder te maken in zijn bewegingen en gedrag.

Scooter mag mee als proefhond. ‘Gaan we lekker een mummie van je maken, Scooter’, lach ik tegen hem. Maar die vlieger blijkt dus niet op te gaan, wordt meteen aan het begin van de les al duidelijk. Een lichaamsbandage aanleggen is heel wat anders dan je hond helemaal inzwachtelen en een hond met een ‘bodywrap’ uitlachen is bijzonder ongepast. En je moet wél even weten wat je doet. Serieus gaan we dus aan de slag. Eerst mogen de deelnemers bandages bij elkaar aanbrengen, om te zien wat voor effect dat op je lichaam heeft. Daarna wordt in korte sessies geoefend op de eigen hond. Er is geen vast recept voor het aanbrengen van zo’n bandage: het is een kwestie van eerst goed je hond observeren en dan uitproberen, waarbij je kunt spelen met de stretch en de windingen van de bandage die je aanbrengt.

Bij een oude, stramme Labrador blijkt de aangebrachte bandage om zijn voorpoten veel effect te hebben: het maakt hem bewust van zijn lichaam, waardoor hij zijn benen hoger optilt en zich zichtbaar beter beweegt. Het effect van de bandages ijlt na: ook na het afdoen ervan kan de invloed op het lichaam doorwerken. Dit opent perspectieven voor sport- en showhonden, hoor je de deelnemers denken. Te weinig balans, een ongeconcentreerd gangwerk: met een lichaamsbandage kun je proberen het lichaamsbesef en daarmee de stand en beweging te beïnvloeden. Een nieuwe dimensie aan ringtraining? Borrelend van de ideeën gaat iedereen naar huis. Er valt nog zo oneindig veel te ontdekken en bij te leren!

Dit is mijn twintigste en laatste Showtime! voor De Hondenwereld. Ik wens u een frisse blik, ruime horizon en veel plezier met uw hond(en) toe. Tot ziens in de showring!

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld juli/augustus 2007

29 mei 2007

Supertrots

Joris is vierde geworden van de zes hondjes in zijn klas op de clubdag van zijn rasvereniging. Zijn zusje werd zelfs eerste, vertelt het baasje van Joris tijdens mijn puppyklasje trots aan alle medecursisten die het willen horen. ‘Maar de winnaar van mijn klas, dát klopte niet’, zegt hij. ‘Dat was de hond van een topfokker en die was pas negen weken. Negen weken, terwijl de mijne al zestien weken en veel groter is, maar toch winnen! Dat kwam gewoon omdat hij van een topfokker was.’ Bij het uitspreken van het woord topfokker trekt hij een wat vies gezicht.

Ik probeer hem duidelijk te maken dat een keuring een momentopname is, dat het hondje van negen weken op dat moment misschien net een iets mooier totaalplaatje vormde dan zijn onstuimige puppyslungel. En dat topfokkers echt niet zozeer winnen vanwege hun bekende gezicht en verdachte contacten met de keurmeester, maar toch vooral omdat ze al de nodige ervaring hebben in het selecteren, voorbereiden en presenteren van een hond. ‘Doorgestoken kaart’, bromt hij nog wat na, maar er verschijnt wel een denkrimpel op zijn voorhoofd.

Een paar weken later haalt een ander baasje tijdens de pauze van de puppycursus met veel gevoel voor drama, al zuchtend en steunend alsof ze de Europacup tilt, een werkelijk piepklein bekertje uit haar tas. Gewonnen met haar hondje! Derde prijs! Supertrots is ze. De andere cursisten willen meteen alles weten. Hondententoonstelling? Hoe gaat dat dan? Wat moet je dan doen? Derde prijs? Geweldig! Per mail meldt iemand me net vol trots dat haar hondje tijdens haar showdebuut tweede is geworden op de jongehondendag van een kynologenclub. Met als bijlagen diverse foto’s van de jonge prijskoe, snuffelend aan het bekertje, aan haar halsband een grote rozet.

Soms zie ik door de wol geverfde exposanten wel eens een beetje lacherig (…of is het zelfs een beetje hooghartig?) reageren op die nog heerlijk onbedorven supertrotse en dolenthousiaste reacties van onwetende beginners. Een vierde plaats is voor een ervaren shower – je gaat voor de eerste – immers niet direct reden om uitbundig te reageren en medailles – je komt er in om – worden vaak niet eens meer opgehaald. We hebben het met onze bekenden liever over U’s en CAC’s dan met nieuwsgierige nieuwkomers over vierde worden met een zeer goed.

Die nieuwkomers voelen zich daardoor nog wel eens buitengesloten, krijg ik het idee. Voor je het weet slaat hun blijdschap om in onbegrip en zijn ze weg. Misschien moeten we zelf eens wat vaker aardig zijn tegen mensen die voor het eerst met hun hondje op een show komen? Ze niet negeren en afschrikken, maar onszelf voorstellen, kennismaken, uitleg geven. Ze op weg helpen in de wondere wereld van hondententoonstellingen, zodat ze net zo’n plezier in het showen krijgen als wij.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld juni 2007

25 april 2007

Het C-woord

‘Nee!’, antwoord ik waarschijnlijk net iets te snibbig op de vraag of ik dit jaar nog naar Crufts ga. Nee, nee, nee! De reden is tweeledig. Ten eerste hebben we ons dit keer niet met onze honden voor deelname aan the world’s greatest dog show weten te kwalificeren, dus de absolute noodzaak om naar Engeland te af te reizen ontbreekt. Ten tweede moet ook een hondenmens tijdens zijn leven wel eens geld uitgeven aan andere zaken, zoals nieuwe kozijnen. Crufts een keer overslaan gaan spaart een hoop geld uit. Niet dat het meevalt, die beslissing om een keer niet naar Birmingham te gaan. Naarmate maart dichterbij komt, valt het C-woord regelmatig. Goh, waren we nou toch maar… Hadden we misschien toch maar…

Tussen mijn hardnekkige ‘nee, nee, nee!’ door krijg ik het aanbod om toch even heen en weer te vliegen naar Engeland voor een persbijeenkomst, met daarbij inbegrepen een bezoek aan Crufts. Er is slechts een halve dag de tijd om in het hondenwalhalla te duiken, maar zelfs die paar uurtjes zijn het gereis en geregel al waard. En Crufts is weer groots. Zo veel hallen, zo veel honden, zo veel te bekijken en te ervaren! Ik ren van hot naar her om overal een beetje sfeer te proeven. ‘Geweldig weer’, breng ik verslag uit aan de thuisblijvers. Een enkeling begrijpt dat niet. Crufts, wat is daar nou te zien?

Wat is daar nou te zien? Honden! Met alles eromheen wat de hondenliefhebberij zo geweldig maakt. Het zijn vaak van die hele kleine dingetjes waarvan ik geniet. Een exposant die met zijn Ierse Setter en een grote ‘ik ben op Crufts’-smile op zijn gezicht in de ring staat, bijvoorbeeld. En oh, die jonge Duitse Staande korthaar, die de show steelt in het informatiestandje van zijn ras bij het onderdeel Discover Dogs. Met een grappig stripfigurenhoofd en een voor zijn leeftijd al machtige borstkas. Stevig, in conditie, zoals alleen de Engelsen dat voor elkaar lijken te krijgen. Alleen voor de ervaring om even aan zo’n hond te voelen zou je al naar Crufts reizen…

Ik ben welgeteld maar één nacht weggeweest, maar het lijkt gevoelsmatig wel een maand. Wat is onze jongste hond gegroeid, constateer ik bij thuiskomst. Stevig geworden! Dat is natuurlijk niet in die ene nacht en tijdens dat halve dagje Crufts gebeurd. Maar even je hond niet zien, ook al is het maar kort, kan toch nét even dat afstandje scheppen dat je nodig hebt om weer eens met een frisse blik naar hem te kijken. Stel dat het niet uit te leggen valt dat je alleen al graag naar Crufts zou willen om aan een hondenborstkas te voelen, ach, dan kun je altijd nog als excuus aanvoeren dat het gewoon belangrijk is dat je, om zijn ontwikkeling goed te kunnen volgen, je eigen hond even niet ziet!

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld mei 2007

27 maart 2007

Charisma

‘Hello young boy’, zegt de Ierse keurmeester vriendelijk tegen onze tien maanden oude Lappi, die op de show in Eindhoven voor het eerst in de jeugdklas staat. Lappi is in wat mijn vader altijd zo mooi de snot- en gekheidfase noemt. Hij grijpt de uitnodigende woorden van de keurmeester meteen aan om eens lekker uitgelaten en blij tegen de goede man op te springen. Hallo leuke meneer! Zullen we knuffelen? Lappi blijft zo snottig en gek, dat de keurmeester vraagt of ik zelf maar even de tanden van dat niet meer te temmen happy hondenveulentje wil laten zien.

Nee, onze superslungel vermaakt zich wel. Hij huppelt en hobbelt vrolijk met een hoge krulstaart over het Eindhovense tapijt en blaft uitdagend als tijdens het in stand blijven staan de beloning naar zijn mening iets te lang uitblijft. Hij heeft het, kortom, reuze naar zijn zin. Maar zo krijg je natuurlijk geen plaatsing en een keurrapport met opmerkingen als ‘needs to settle in the ring’, ‘carrying tail a little too high’ en ‘not moving his best today’. Keurige omschrijvingen voor, vrij vertaald, iets als: ‘leuk beestje, zou u er niet eens even mee op ringtraining gaan?’.

‘Goh, ik dacht, Judith weet wel hoe ze moet showen, die heeft er immers een boekje over geschreven’, krijg ik naar aanleiding van Lappi’s optreden van enkele ietwat verbaasde mede-exposanten te horen. Tja, daar sta je dan met je goede fatsoen. Ik probeer mijn aanzien nog enigszins te redden met de deskundig klinkende uitleg dat ik wel houd van een hond met een beetje pit en uitstraling, maar dat Lappi nog erg jong is en dat zijn bedieningspaneel nog niet helemaal goed werkt. Zijn pretknopje zit op dat paneel erg dicht bij zijn showknopje en voor je het weet druk je ze allebei tegelijk in.

Ik ben eigenlijk juist heel erg blij met zijn hoge malheidsgehalte. Waar anderen soms van alles uit de kast moeten halen (omdat het spontane er van jongs af aan in het kader van vooral braaf, netjes en veel staan al uitgeringtraind is?), heeft Lappi maar een heel klein zetje nodig om te stralen. Het moet natuurlijk niet te mal worden en ze zijn misschien niet het makkelijkst om te handlen, maar ik zie graag honden met twinkeltjes en sprankeltjes.

Door zijn jeugdige enthousiasme straalt Lappi nu misschien af en toe nog iets te hard, maar ik hoop dat het straks bij zowel show als sport in zijn voordeel gaat werken. Net als bij zijn al even malle paps, bij wie het opgewonden, springerige en uitbundige temperament uiteindelijk werd omgezet in klinkende keurverslagen als ‘very showy, looks alert and eager’, ‘very animated’ en ‘much charisma in his presence’. Daar word ik zelf altijd heel blij van, want wat mij betreft zijn er te veel showhonden die in de ring te weinig plezier uitstralen.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld april 2007

25 februari 2007

Titeltijger

‘Levert onze Chihuahua met negen jeugdtitels en acht nationale en internationale titels geen stof op voor een artikel?’, mailen Henk en Ria Giling naar Showtime! Zeker, en hier is hij dan: Dachida’s Mr. Angel, alias Lucky. ‘De Chihuahua is moedig tot in het krankzinnige, zou een leeuw aanvallen’, staat volgens Henk en Ria in een rasencyclopedie. ‘Deze beschrijving komt goed met Lucky’s karakter overeen. En wat doe je met een kind dat over veel kwaliteiten beschikt? Kansen geven nietwaar!’

Zo komt het dat mensen met hun honden de wereld afreizen en shows bezoeken, om van hun hond een echte titeltijger te maken. Lucky is Nederlands, Duits (club en VDH), Deens, Luxemburgs, Zweeds, Zwitsers en Internationaal Kampioen. Op Curaçao woont een Nederlandse Poedel die Puerto Ricaans, Dominicaans, Venezolaans, Cubaans, Costa Ricaans, Ecuadoraans, Panamees, Hondurees, Salvadoraans, Peruaans (…bent u er nog?), Nicaraguaans, Braziliaans, Guatemalaans, Uruguees, Colombiaans, Chileens, Argentijns, Paraguees, Mexicaans en Boliviaans kampioen is, even afgezien van nog een handvol andere (gehoorzaamheids)titels. Een Vizsla werd vorig jaar door de American Kennel Club uitgeroepen tot ‘the most titled dog in AKC history’ omdat ze de allerhoogste titels haalde op het gebied van exterieur, jacht, gehoorzaamheid én behendigheid.

Rare mensen zijn we toch. Eerst al die prachtige showtitels verzamelen om ze vervolgens te verpakken in een eenvoudig ‘Kamp.’ of ‘Multi Ch.’ Zal ik u een geheimpje verklappen? Het gaat helemaal niet alleen om die titels! ‘Het was een groot genoegen zo veel steden, streken en landen te kunnen bezoeken’, schrijven Henk en Ria van Lucky. ‘We bleven vaak enkele dagen langer dan nodig was. Konden op ons gemak rondkijken en gingen er heen met een spannend doel!’ Titels verzamelen is een manier om lekker te genieten van de wereld in het algemeen en honden in het bijzonder.

Via internet circuleert een mooi stukje tekst van Sandy Mowery over wat een titel eigenlijk is. Geschreven over gehoorzaamheidstitels, maar toepasbaar op elke titel. ‘Not just a brag, not just a stepping stone to a higher title, not just an adjunct to competitive scores. A title is a tribute to the dog that bears it, a way to honour the dog, an ultimate memorial. It will remain in the record and in the memory, for about as long as anything in this world can remain. (…) A title is nothing less than love and respect, given and received permanently.’

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld maart 2007

2 februari 2007

What’s in a name?

Niets leuker dan door een tentoonstellingscatalogus bladeren en namen bekijken. Een Finse Spits die Piiri-Piiri heet, een Dwergkeeshond die luistert naar Red Hot Sexy Legs. Janet Jackson de Norwich Terrier, Roxy de Russell, Jonkvrouw Sientje de Duitse Brak. Loebas de Drentsche Patrijshond, Guus de Heidewachtel, Bentley de Bloedhond, Poema de Dwergteckel en, jawel, kampioen Malle Zwabber de Schapendoes.

Persoonlijk vind ik het altijd leuk als er over een naam is nagedacht en als de roepnaam van de hond als het even kan in de officiële stamboomnaam is ingebouwd. Bij onze eerste hond is dat niet gelukt. Scooter heet hij, naar de grappige toneelknecht met oranje peentjeshaar uit de Muppetshow die altijd zo enthousiast ‘15 seconds to showtime!’ roept. Voor op zijn stamboom had ik Moonlight’s Hi I am Scooter in gedachten. Toen ik dat de Amerikaanse fokster voorstelde, viel ze bijkans van haar stokje. Dat was namelijk niet helemaal wat ze voor haar fokproduct, dat haar visitekaartje in Europa moest worden, in gedachten had. Met mijn tweede keus, het nogal obligate maar meer flitsende Moonlight’s Flyin’ Dutchman, bleek ze een stuk gelukkiger.

Ik ben bang dat de hondenwereld straks vol zal lopen met Flyin’ Dutchmannen, musicalsterren, parfummerken, popsongs en filmtitels. De creativiteit is behoorlijk beperkt nu de naamgeving in principe een taak van alleen de fokker is geworden. Volgens de nieuwe stamboomprocedure moeten de namen van de pups namelijk al binnen tien dagen na de geboorte naar de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland worden gestuurd. Als toekomstige eigenaar kun je dus bijna niet meer meedenken. Een stamboomnaam verzinnen die echt bij het opgroeiende pupje past, is er helemaal niet meer bij. Hoe groot is de kans dat er straks nog een Zwabber kampioen wordt?

Natuurlijk, die stamboomnaam is maar een stamboomnaam. Je bent vrij de hond te noemen zoals je wilt. Als je het officiële Amazing Design niet mooi vindt, kies je als roepnaam gewoon Wodan of Stippel. Niets mis mee. Maar toch vind ik het wijzigen van de stamboomprocedure op dit punt jammer, omdat ik denk dat er een stuk betrokkenheid van de eigenaren mee verdwijnt. Hele gezinnen waren tot voor kort aan het puzzelen met letters om een leuke en bij het hondje passende stamboomnaam te vinden. Soms mochten ze hun fantasie de vrije loop laten, soms waren ze gebonden aan een beginletter of andere eis. Ik zie nog het sippe gezicht van de man die hoorde dat de stamboomnaam van zijn pupje met een P moest beginnen. Zijn – allereerste – hond moest en zou Willem heten. Het werd, tot ieders tevredenheid, Patrick Willem.

Voor veel doorsnee hondeneigenaren is een stamboom waarschijnlijk een ding wat alleen maar in de kast ligt te verstoffen, maar ik had altijd het idee dat het mogen bedenken van een naam voor die stamboom veel mensen tóch iets dichter bij de rashondenwereld bracht. Of til ik er te zwaar aan?

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld februari 2007

21 december 2006

Bling bling

Onze Hovawart was ruim twintig jaar geleden onwaarschijnlijk hip: in haar vrije tijd droeg Catrijn om haar zwarte harige nek een knalpaarse halsband, met daaraan een lijn in letterlijk alle kleuren van de regenboog: rood, oranje, geel, groen, blauw en violet. Gewoon, voor de lol. Gemaakt in en geïmporteerd uit de USA, want veel aparts had je hier destijds nog niet.

Tegenwoordig zou Catrijn met die kleurtjes nauwelijks meer opvallen tussen al het bling bling dat er voor honden op de markt is. Sterker nog: het geglinster en geglitter begint een beetje de pan uit te rijzen. Tijdens het shoppen op een van de laatste shows begon ik me oprecht zorgen te maken toen ik constateerde dat de onzinproducten in de kraampjes – mode en bling bling – dusdanig beginnen te overheersen, dat de gewone, verstandige en noodzakelijke verzorgingsspullen voor honden in de verdrukking dreigen te komen.

Rekken vol T-shirtjes voor honden, zitten we daar op te wachten? Tijdens een etentje met hondenmensen wist ik niet wat ik zag toen een van de aanwezigen, zo op het eerste gezicht toch een heel weldenkende hondeneigenaar, het presteerde haar verre van tuttige viervoeter tijdens de maaltijd drie keer van kleertjes te laten wisselen. Iets gebreids met een knoopje, een klassiek ruitje en een soortement van matrozenpakje. Niet omdat het koud was, want daarvoor had ze indien nodig een mandje met dekentje bij zich. Maar gewoon, voor de lol.

Ik denk dat de grenzen van die lol nu wel zo’n beetje bereikt zijn. In de praktijk zijn er echt maar heel weinig honden die een truitje of jasje nodig hebben. Hetzelfde geldt voor het enorme assortiment aan draagtassen: vrijwel alle honden, óók de kleintjes, hebben vier poten en kunnen daarop uitstekend lopen. Doe je een hond oprecht een plezier door al die glitters aan zijn lijf te hangen? Ik zie honden toch het liefst in hun blootje, oftewel in hun eigen vel. Laat de hond in zijn waarde, dan is ie op zijn mooist.

Tijdens keuringen bleef de hippe regenbooglijn vroeger trouwens in de kast: Hovawart Catrijn werd op tentoonstellingen voorgebracht aan een zwart, dun, nylon lijntje. Een goede showlijn uitzoeken is per ras en hond verschillend en een kunst op zich. De ene hond haal je misschien prachtig op met een opvallend tintje om zijn nek, bij de andere doorsnijd en bederft je er juist het silhouet mee. Laat eens foto’s van je hond maken tijdens het keuren, bekijk ze goed en let op wat je ziet. Niet te veel bling bling, als het goed is. Want in de showring moet de hond opvallen, niet de lijn.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld januari 2007

29 november 2006

Mooie momenten

Toen ik vroeger klein was, had ik een prentenboek over Frederick, de muis. Frederick hielp de andere veldmuizen niet mee met het aanleggen van een wintervoorraad. Terwijl iedereen druk aan het werk was om noten en stro te verzamelen, zat hij ogenschijnlijk maar een beetje te zitten. Toen de anderen hem daar verwijtend op aanspraken, antwoordde Frederick dat hij zonnestralen en kleuren verzamelde. De winter kwam en de muizen zochten hun schuilplaats op. In het begin hadden ze genoeg te eten, maar langzaam raakten ze door hun voorraad heen. Ze kregen het koud en voelden zich somber. Toen kwam Frederick in actie. Hij hield iedereen warm door te vertellen over de mooie momenten die hij tijdens de zomer in zijn gedachten had verzameld.

Net als Frederick verzamel ik in gedachten ook graag mooie momenten. Onder andere mooie momenten uit de showwereld. Iedereen kan dat doen, je hoeft er niet voor te winnen. Het blijft natuurlijk leuk, die grote glimmende cups, de kleurige linten, de plaquette van Koning Albert toen we best in show werden in België, maar al dat bekerwerk moet je maar afstoffen en op een gegeven moment wordt het toch dof. De mooiste momenten staan niet in je prijzenkast. De mooie momenten zijn de keren dat je, ongeacht de uitkomst, gewoon lekker met je hond hebt gelopen.

Zoals dit jaar in Rotterdam, met onze kleine pup in de babyklas. Tweede van de twee geworden, maar blij met het resultaat. Dat je ziet dat het gelukt lijkt je hondenkleuter goed voor te bereiden op zo’n grote show. Dat hij pret in de ring heeft, probeert de keurmeester een kusje te geven, dat hij al heel wat van zijn bouw en gangwerk toont en de uitstraling laat zien die je graag wilt. Dat hij geniet van de aandacht van de mensen om hem heen, vol verwondering aan een enorme Ierse Wolfshond ruikt, ontzettend zijn best voor je doet. Die mooie momenten zijn niet in een medaille te vangen.

Op de show in Rotterdam stond een standhouder die honden aan de hand van een speciaal te maken foto driedimensionaal in een prachtig blok kristal laserde. We stonden erbij, keken ernaar en liepen uiteindelijk door. Achteraf had ik spijt dat ik dat mooie moment van Rotterdam, dat heerlijke puppenkoppie, niet in kristal had laten vastleggen. Maar net als bij Frederick zit het gelukkig nog steeds in mijn hoofd. Aan het eind van het jaar is het leuk om al die mooie momenten nog eens terug te halen. Op de bank, met een kop thee, hond aan je voeten. Terugkijken en vast weer plannen maken voor volgend jaar. Dat 2007 voor u een heleboel mooie momenten in petto mag hebben!

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld december 2006

26 oktober 2006

Geen zin?

Een van de dingen die in de showring het meest wordt onderschat, is hoe goed wij handlers zijn in het overbrengen van onze gevoelens op onze honden. Vooral in negatieve zin. Om één of andere redenen gaan we er altijd weer vanuit dat de hond ‘het wel niet zal doen’. Het mooie is dat er na afloop ook altijd wel iets of iemand te vinden is waaraan we de schuld kunnen geven. Een hele populaire: ‘Ja, geen wonder dat het niet goed ging, het duurde allemaal zo lang, als je zo laat nog de ring in moet heeft de hond natuurlijk geen zin meer.’

Regelmatig reizen we af naar shows van een Duitse rasvereniging. Het leuke van die meerdaagse evenementen is dat het vaak combinaties zijn van exterieurkeuringen, behendigheidswedstrijden en gehoorzaamheidscompetities. Het kan gebeuren dat je vrijdag rond het middaguur begint met agility, ’s avonds pas rond zeven uur in de obediencering wordt verwacht en dat de exterieurkeuringen tot middernacht duren. Zaterdag is het om uiterlijk acht uur ’s ochtends klaarstaan bij de start van de agility, de middag zit propvol show en zondag is het weer in alle vroegte aantreden in de gehoorzaamheidsring. Je moet presteren op de raarste tijden en excuses genoeg dus om het niet goed lopen of niet geplaatst worden van je hond te verklaren.

Grappig toch dat onze honden op showmomenten vroeg in de ochtend, aan het eind van de middag of het begin van de avond volgens ons vaak te moe zouden zijn om nog goed te kunnen lopen. Terwijl ze tijdens vroege ochtendwandelingen toch nooit last hebben van nog niet helemaal wakker zijn of concentratieverlies. Tijdens de wekelijkse gehoorzaamheids-, behendigheids- en ringtraining, heel vaak allemaal pas in de avonduren als de hond er al een hele dag op heeft zitten, wordt er óók goed gewerkt zonder sporen van suf- of traagheid. Een beetje hond is altijd wel voor actie te porren.

Natuurlijk, een dag op een show kan inspannend en stressvol zijn. Maar je kunt een hond wennen aan en trainen op deelname aan evenementen. Dat is een kwestie van hem een goede verzorging en voldoende rust bieden. Het ligt, kortom, in de meeste gevallen gewoon aan onszelf dat de hond ‘geen zin’ heeft. Hij is het zat omdat wij het zat zijn. Stel jezelf er op in dat het gewoon altijd [cursief]showtime[eind cursief] is. Showen is leuk, altijd, overal, op ieder uur van de dag. Go, go, go, maak er iets leuks van, je gaat er gewoon voor! Als jij er voor je hond bent, is je hond er voor jou. Mocht het kwartje dan toch een keer gewoon echt op zijn omdat het enorm warm of extreem laat is geworden, troost je dan met de gedachte dat iedereen daar last van heeft en het niet aan jou en zeker niet aan je hond ligt.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld november 2006

20 oktober 2006

Doorshowen?

In Engeland zijn ze er trots op: honden die zo veel mogelijk kampioenschapsprijzen winnen, daar Challenge Certificates of CC’s geheten. De (aller)beste blijven, al lang of breed kampioen of niet, doorshowen in de hoop de nieuwe breed record holder te worden: de hond die binnen zijn ras de meeste CC’s op zijn naam heeft weten te zetten.

Als je dat lukt, haal je de Britse hondenpers. Zo deed de Engelse hondenkrant Our Dogs deze zomer verslag van de Tibetaanse Terrier Ch. Araki Fabulous Willy, die breed history schreef door zijn 40e CC binnen te halen, vergaard onder 38 verschillende keurmeesters. ‘At the age of five, Willy is now the Top winning Tibetan Terrier of all time, a well worthy winner – Congratulations Willy’, meldt Our Dogs. Om er meteen met een ‘Stop Press!’ aan toe te voegen dat Willy zijn 41e CC ook alweer binnenheeft.

Met grote droefheid meldt de hondenkrant in woord en beeld dat Ch. Bellicose Head Case, de rasrecordhouder bij de Shar-Pei, is overleden. ‘Casey’ won 24 CC’s. Een grote advertentie maakt melding van ‘A Great Day for Buster and his Family’: de Bichon Frisé Ch. & Am. Ch. Paray’s I Told You So – misschien kent u hem nog als groepswinnaar van Crufts – kan het rasrecord claimen. Buster brak het record door 39 CC’s te winnen, allemaal onder verschillende keurmeesters.

Wie op weg is naar het rasrecord, kan de concurrentie in de showring natuurlijk gruwelijk in de weg lopen. Zeker in landen waar de kampioenschapsprijs niet doorschuift naar de nummer twee mocht de winnende hond al kampioen zijn, kunnen de druiven zuur smaken. Hier vinden veel mensen het dan ook ‘not done’ om maar te blijven showen met een hond die zijn titel al binnenheeft. Stoppen en een ander (of je andere honden) een kans geven, is vaak het motto. Van veel rassen wordt waarschijnlijk niet eens bijgehouden welke hond de meeste CAC’s op zak heeft.

Misschien zijn we hier te nuchter voor tophonden die records vestigen? Toen ik een collega-exposant met gepaste trots vertelde dat onze hond – acht Nederlandse CAC’s, waaronder twee dubbel tellende, rasrecordhouder? – veertig keer was geshowd in vijf landen en alle veertig keer een uitmuntend had gehaald onder 33 verschillende keurmeesters uit 17 verschillende landen, rekende ze me even fijntjes voor: ‘Mmm, dat je heeft je dan zo’n tweeduizend euro aan inschrijfgeld gekost, hè?’ Zo had ik het nog niet bekeken…

Stoppen en anderen een kans geven? Of gewoon doorshowen tot er een hond opstaat die beter is? Van mij mag de beste blijven winnen.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld oktober 2006

8 september 2006

Babyklas

Het inschrijfformulier voor de openluchtshow van KC De Baronie in Hulten brandt in mijn handen. Zal ik Lappi, onze nieuwe aanwinst, wel of niet inschrijven? Op het moment van de show is hij net oud genoeg, twaalf weken. Wat zou het leuk zijn: kleine Lappi die zijn ringdebuut maakt en opa Scooter die dan in de veteranenklas zijn laatste CAC voor de nationale veteranenkampioenstitel kan winnen om de kroon op zijn showcarrière te zetten.

Het probleem is alleen dat ik Lappi op het moment dat de inschrijftermijn voor Hulten sluit nog niet heb gezien. Hij woont dan nog in Fins Lapland, waar hij is geboren. Is het wel verstandig een hondje dat je nog niet kent en niet kan inschatten qua karakter ongezien in te schrijven? Nee, besluit ik. Had ik Lappi wél ingeschreven, dan had hij in Hulten als twaalfwekige tegenover een reu van bijna zes maanden gestaan waar hij makkelijk onderdoor had kunnen lopen. Drie maanden en zes maanden, hoe kun je dat als keurmeester eigenlijk vergelijken?

De babyklas is er voor honden tot zes maanden. Er zijn shows die geen ondergrens van bijvoorbeeld twaalf weken hanteren. Daar zie ik frummeltjes van zeven weken door de ring buitelen. Ze zijn nog zo jong dat ze in de ring poepen, blaffen en aan hun riempje trekken omdat ze zin hebben in spelen en de wereld willen ontdekken. Ze hebben eigenlijk geen flauw benul waarmee ze bezig zijn. Natuurlijk, het is schattig om te zien, maar als je een hond écht goed wilt voorbereiden op showen is dat juist wat je níet wilt dat hij doet in de ring: blaffen, trekken en niet weten waarmee hij bezig is.

Dan hebben we het nog niet over het feit dat je een keurmeester kunt treffen die misschien net ietsje te ruw met je baby omgaat. Over dat showtraining tussen de vier en zes maanden niet altijd succesvol is, omdat honden op deze leeftijd hun gebit wisselen. Dat kan pijnlijk zijn, waardoor ze niet echt lekker in hun vel zitten. Puppy’s kun je trainen om als standbeeldjes te staan en als droompjes te lopen, maar hoeveel mag je vragen van een hondje op een leeftijd waarop hij gewoon lekker gek wil doen? Vraag je te veel, dan kun je hem figuurlijk doodshowen.

Oefenen voor de showring doe je bij voorkeur niet erin, maar daarbuiten. In de ring verschijn je pas als de hond daar als baby, puppy of junior aan toe lijkt. Tegenwoordig zijn op veel tentoonstellingen bezoekershonden welkom. Een babyhond als supporter naar een show meenemen om indrukken op te doen en even kort buiten de ring wat te oefenen is vaak al meer dan voldoende. Gun je hond de tijd om in zijn showrol te groeien. De babyklas kan, maar hoeft of moet soms nog niet.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld september 2006

12 juli 2006

Dagje Dortmund

De Europasieger en Bundessieger shows in het Duitse Dortmund vind ik altijd leuke tentoonstellingen. Veel honden, veel te beleven, genoeg te shoppen, kans op dubbele punten voor het Duitse kampioenschap en ook nog eens leuke titels te winnen. Vanaf Venlo is het maar een uurtje rijden. We komen al jaren in Dortmund. Iedere keer weer staat hetzelfde mannetje met hetzelfde jagershoedje bij de ingang om de weg te wijzen. ‘Halle 6, gerade aus’, roept hij altijd weer van verre, wapperend met zijn programmaboekje. Om er dit jaar met een blik van herkenning aan toe te voegen: ‘Wie immer.’

‘Wie immer’ zien we dingen gebeuren waarop exposanten beter zouden moeten letten. Op je hond, bijvoorbeeld. Iemand geeft zijn hond bij binnenkomst, toch altijd al een stressvolle gebeurtenis, zo veel lijn dat hij in aanvaring komt met en bijna wordt opgegeten door een andere hond. Een ander zet zijn hond plompverloren in een bench die vol ligt met hondenbrokken van onbestemde herkomst. Ben ik nu zo paranoia dat ik mijn hond vanwege die brokken mooi in een andere bench zou zetten? Je weet maar nooit wat er mee is gebeurd.

Voor aanvang van de keuringen loop ik altijd met mijn honden een proefrondje in de ring. Ditmaal blijken er onder het tapijt luiken verborgen te zitten, die rammelen als je er overheen loopt. Reden om tijdens het warmlopen al plezier makend even extra op die luiken te stampen. Brokje, stamperdestamp, brokje, zo’n luik is leuk! Na het proefrondje wordt een hoek van onze ring opgesierd met strobalen en twee kunststof lammetjes – je hebt een herdershond of niet. Reden voor een nieuw proefrondje om even met de lammetjes kennis te maken, want je weet maar nooit hoe de honden daar tijdens de keuring – en ze blijken volgens het door de keurmeester aangegeven patroon recht op de lammetjes af te moeten lopen – op zullen reageren.

‘Wie immer’ leren we weer wat bij. Dat de keurmeesters in Duitsland tegenwoordig met een chipreader werken om de chipnummers te controleren. Veel honden vinden het gezwaai met die reader boven hun nek reuze eng, iets om tijdens de ringtraining op te oefenen. En ik zie dat de Duitse Belgische Herder handlers de clicker hebben ontdekt als aandachttrekker bij het double handlen. Ze clickeren zich werkelijk suf. Van mij zouden ze clickers om deze reden langs en in de ring mogen verbieden. Een clicker is een hulpmiddel bij het aanleren van oefeningen, je zou hem moeten hebben afgebouwd voordat je in de ring verschijnt.

De Bundessieger in oktober wordt een speciale, met twee internationale tentoonstellingen over drie dagen: een Bundessieger-Zuchtschau en een Jahrhundert-Siegerschau ter ere van het honderdjarig bestaan van de Duitse kennelclub. Ook een keer een dagje Dortmund om te proeven van het Duitse showgebeuren? Kijk op www.vdh.de

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld juli/augustus 2006

8 juni 2006

Perspectief

Je hebt zó goed geoefend tijdens ringtraining. Je hond showt als een plaatje. Dan sta je in de ring en opeens… Opeens doet je hond niets meer. Wil niet meer lopen, lijkt wel bang. Tijd voor de gevleugelde woorden: dat doet-ie anders nooit!

Temple Grandin is autistisch. De Amerikaanse wetenschapster denkt in beelden en let meer op details dan ‘normale’ mensen. Daardoor begrijpt ze dieren zoals andere mensen dat niet kunnen, legt ze uit in haar interessante boek ‘Denken als de dieren’. Het gedrag van dieren wordt bepaald door wat ze zien, schrijft Grandin. Voor haar is het heel normaal de wereld zo waar te nemen, maar veel mensen denken over die visuele omgeving niet na. Ze staan niet stil bij wat ze zien.

Tijdens haar onderzoek over visuele illusies bezocht de Amerikaanse plekken waar (mest)vee werd bijeengedreven. Soms waren de dieren angstig en weigerden ze door de gangpaden te lopen. Niemand wist precies waarom. Grandin wilde ontdekken wat het vee zag. Ze ging op handen en voeten door de loopgangen en maakte foto’s vanuit het perspectief van de koeien en varkens.

Op de beelden vielen haar bepaalde dingen op, zoals schaduwen op de grond, weerkaatsingen op metaal, een jas die over een hek hing, een klein voorwerp op de grond, een rooster in de vloer, weerspiegelingen in het water of lichtcontrasten die ervoor zorgden dat de aandacht van de dieren werd afgeleid, waardoor ze weigerden verder te gaan. Zodra dat was verholpen, kalmeerde het vee en kwam het weer in beweging. Zo simpel was het. Alleen: ‘Het valt normale mensen gewoon niet zo op zoals het mij of een koe opvalt’, aldus Grandin.

Vreemd gedrag van een hond in de ring kan heel goed te verklaren zijn door een nieuwe visuele prikkel die net even anders dan anders is. Denk aan de woorden van Grandin: ‘Als je een probleem hebt met een dier, bekijk het dan eens vanuit het perspectief van het dier en ervaar wat het dier ervaart.’ Wij zien alleen het grote geheel, maar dieren letten op alle kleine details. Lijnen op de vloer van een sporthal, een afvoerputje, een afzetlint, een rare lichtweerkaatsing.

Als je vooraf eerst even de ring verkent en op die kleine dingen let, weet je wat jou en je hond te wachten staat. Eigenlijk zou je gewoon even hond moeten spelen en op handen en voeten de ring door moeten, maar dat is waarschijnlijk niet zo goed voor je geloofwaardigheid. Je kunt ook net doen alsof je de veters van je schoen strikt. Dan kun je vanuit die hurkpositie onopvallend alles even vanuit het perspectief van je hond bekijken. Zodat je weet waarom hij misschien gaat doen zoals hij anders nooit doet, en daarop kunt inspelen.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld juni 2006


6 mei 2006

Chance

Voor de derde achtereenvolgende keer kwalificeren we ons voor Crufts en voor de derde achtereenvolgende keer gaan we roemloos ten onder op het famous green carpet van de grootste hondenshow ter wereld in het Engelse Birmingham. 'Maar je hebt toevallig wél in de ring gestaan met de hond die later best in show werd', zegt een vriendin. 'Dat kan niet iedereen zeggen.' Zo is het maar net.

De verslaggeefster van Our Dogs weet het mooi te omschrijven: de open dog class op Crufts bij de Australian Shepherds was a spectacle to behold. We staan in de ring met 24 tophonden uit de hele wereld. Niet zomaar kampioenen, maar clubwinnaars, rasgroepwinnaars, best in showwinnaars. Inclusief Am. Ch. Caitland Isle Take A Chance, de tophond uit Amerika. Zijn komst werd via grote kleurenadvertenties in de Engelse hondenpers aangekondigd. Het kon niemand ontgaan dat er een topper naar Crufts zou komen, die zijn glansrijke carrière graag bekroond zou zien.

Chance wordt niet geshowd, maar 'professionally presented' door een beroepshandler. In de ring staan we vlakbij hem en kunnen we hem goed bekijken. Een hond waar geen haar verkeerd aan zit. Zijn handler blijft uitermate cool. Chance wordt beste van het ras. Ook de groepskeurmeester kan niet om hem heen. Ze beschrijft hem als de ultieme showhond, een genot voor het oog vanuit elke hoek, volledig in balans met een verbluffende belijning, ogen die glinsteren als diamanten en een adembenemend gangwerk.

De hoogste eer moet je niet alleen verdienen, die moet je ook worden gegund. De best in showkeurmeester gunt Chance de overwinning. We herhalen thuis de videobeelden. Goed kijken naar de top, daar leer je veel van. Dan valt op wat ik in de rasring ook al zag: er zitten knopen in de showlijn van Chance. Wat slordig! Hoe kan dat nou? Of zou het...

Inderdaad. Handler Larry legt iedere keer dat Chance best in show wordt een knoop in de showlijn, meldt eigenaar Nancy Resetar desgevraagd: 'The last knot was the best, needless to say.' Misschien moet ik dat ook maar eens proberen, te beginnen bij een beste van het rasoverwinning. Zou het helpen?

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld mei 2006

9 april 2006

Passie

'Passion lives here' was het motto van de Olympische Spelen in Turijn. Ik heb genoten van de wintersporters op tv en de passie. Die zat niet zozeer in het winnen, maar in het meedoen aan, kijken naar, praten over en genieten van.

Op een Engelse hondenshow kom ik mijn Retrievervriendin tegen. Bij, of all places, de Dandie Dinmont Terriers. 'Wat doe jij hier nou aan de ring?', vraag ik haar verbaasd. 'Gewoon, kijken', zegt ze. 'Ik vind het gewoon leuk om eens een ander ras te zien. Weet je dat die oude mevrouw die naast me zit al zestig jaar Dandies fokt? Geweldig hoe ze daarover kan vertellen.'

Bij Media Boekservice, een soort luilekkerland voor liefhebbers van hondenboeken, ontmoet ik iemand die Mopshonden heeft. Van boeken kijken komt het al snel niet meer. Urenlang zitten we in kleermakerszit op de grond te praten over een gedeelde passie: honden. Heerlijk!

Op de Eurodogshow in het Belgische Kortrijk blijkt de persoon aan wie we de weg vragen dé man van de show te zijn: José Misselyn. Hij begon in 1964 met het organiseren van een kleine rashondententoonstelling, die uitgroeide tot een Europees vermaard kynologisch festival. Drie generaties Misselyn draaien inmiddels mee in de organisatie van de familieshow. De weg vragen, dat komt er niet meer van. Het gaat over het heden, verleden, de Dobermanns die hij heeft gefokt. Passie!

Diezelfde avond schuiven we tijdens het diner aan tafel bij een kynoloog uit Spanje. Hij blijkt keurmeester, uitgever van hondentijdschriften en eigenaar van zestig Yorkshire Terriers. Het gesprek gaat natuurlijk over honden. Op de vraag wat nu eigenlijk precies de verschillen zijn tussen de Greyhound en de Spaanse Galgo, volgt een uitgebreide uitleg. Zo uitgebreid en gepassioneerd, dat de geserveerde waaier van eend er geheel van afkoelt, we eten het hoofdrecht koud.

Als je exposanten vraagt wat ze het minst leuk vinden aan hondenshows, is antwoord nummer één het wachten. Een show duurt volgens meer dan de helft van alle deelnemers te lang. Te lang? Als het goed is kom je op een show tijd tekort! Wie zit te wachten op alleen dat rondje met zijn hond in de ring, doet iets verkeerd. Kijk verder dan je neus lang is. Zoek de passie. Deel je hartstocht voor de hondensport met anderen. Ontmoet interessante mensen, kijk naar mooie honden. Vaak zitten ze gewoon naast je. Geniet!

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld april 2006

12 maart 2006

Tweede jeugd

Op een gegeven moment ben je als hond een beetje uitgeshowd. Je hebt je punten gehaald, je titel verdiend. Maar op de show in Eindhoven konden 28 veteranen aan een tweede jeugd beginnen en voor het eerst strijden om een nieuwe titel: Nederlands Veteranenkampioen. Een soortgelijke nieuwe titel is er voor de jeugdhonden: Nederlands Jeugdkampioen. Om Jeugd- of Veteranenkampioen te worden, moet je hond in respectievelijk de jeugd- of veteranenklas op een (inter)nationale tentoonstelling of kampioenschapsclubmatch in Nederland drie keer een eerste plaats met de kwalificatie uitmuntend halen, onder minimaal twee verschillende keurmeesters.

Showtime! hield over het instellen de nieuwe titels een online enquête. Van de invullers reageert 90 procent positief: van 'erg leuk' en 'meer reden om in te schrijven' tot 'fantastisch gewoon!' en 'eindelijk gerechtigheid!'. 'Misschien dat er nu wat meer jeugdhonden te zien zijn op shows', hoopt iemand. 'Zo wordt het voor veteranen ook weer aantrekkelijk om naar shows te komen en zien aspirant bezitters ook een aantal oudere honden rondlopen', vindt een ander. En: 'Zo kun je ook met een oudere of juist hele jonge hond toch een beetje Nederlands kampioen worden'. Een hond én Jeugd- én Nederlands én Veteranenkampioen showen, dat moet toch helemaal een uitdaging zijn.

Kritische kanttekeningen zijn er ook: 'Wel raar dat je 30 euro voor het aanvragen van deze titels moet betalen.' Iemand is bang voor misbruik van met name de jeugdtitel: 'Daarna komen mensen niet meer terug op show en hebben ze een hondje dat nog niet eens af is met een titel waarmee ze gaan fokken.' 'Bij de veteranen heb ik af en toe mijn twijfels', zegt een exposant die op een show een hond van zestien jaar in de veteranenring zag staan waarvan af straalde dat hij liever thuis lag. 'Maar zolang je hond er fun aan heeft, is het voor mij oké.'

En fun had onze achtjarige Scooter in Eindhoven in de ras- en erering! Hij vindt showen heerlijk en heeft het eerste puntje voor zijn veteranentitel binnen. Kunst, hij was de enige veteraan van zijn ras, een uitmuntend kan al snel behaald zijn en het is de vraag of de (buitenlandse) keurmeester wist dat hij een veteranenkampioenschapsprijs uitdeelde, een aparte kaart hoefde hij daarvoor niet te ondertekenen. Er was bovendien nog wat verwarring. Moest Scooter nu wel of niet meedoen aan de strijd voor beste reu en eventueel beste van het ras? We gingen de ring in, uit en toch weer in.

Vragen over de nieuwe titels en andere showzaken? Laat ze niet rondzingen onder mede-exposanten, maar wend je tot de instantie die moet weten hoe het zit: de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. Kijk op http://www.kennelclub.nl onder 'verenigingen en activiteiten' bij 'veranderingen exposities'. Nog meer vragen? Klik op het envelopje op de site en stel ze via het vragenformulier. Mijn ervaring is dat je binnen mum van tijd antwoord krijgt.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld maart 2006

5 februari 2006

Redmiddel

Op shows zie ik steeds vaker exposanten naar de Bachbloesems grijpen. Niet voor hun hond, maar voor zichzelf. Ze druppelen of sprayen naar hartelust Rescue Remedy, een mengsel van verschillende bloemenextracten voor innerlijke rust, samengesteld door de Engelse Dr. Edward Bach (1886-1936). Meestal vlak voordat ze de ring in gaan. Hopend dat het de zenuwen doet vergeten, want die kunnen je showprestaties behoorlijk beïnvloeden.

Wie zenuwachtig is, heeft geen optimale concentratie meer voor het goed voorbrengen van zijn hond. 'The sport of dogs is 80 percent mental and 20 percent physical', meent de Amerikaanse tophandler George Alston in zijn boek 'The Winning Edge. Show Ring Secrets'. 'You can beat yourself mentally before you ever step into a show ring.'

Een redmiddel als Rescue, zou het helpen? Een voor Showtime! gehouden online enquête over zenuwen en Rescue Remedy levert 67 reacties van exposanten op. Opvallend: het zijn 63 vrouwen en slechts vier mannen die reageren. Zijn het vooral vrouwen die showen, vooral vrouwen die zenuwachtig zijn of vooral vrouwen die tijd hebben enquêtes op internet in te vullen? Slechts vijf van de ondervraagden zijn niet zenuwachtig als ze in de ring staan, 28 een beetje zenuwachtig. Bijna de helft van de invullers meldt behoorlijk zenuwachtig tot zelfs heel erg zenuwachtig te zijn.

Bijna een kwart van de ondervraagde exposanten heeft wel eens Rescue gebruikt. Slechts de helft van degenen die het middel gebruikten, heeft het idee dat het werkt. Van de exposanten die nog nooit Rescue hebben gebruikt, denkt slechts éénvijfde dat. Veel wetenschappers menen aan de hand van onderzoeken dat bloesemremedies niet beter of hooguit net zo goed werken als nepdruppels, en dus vooral actief zijn tussen je oren. Je denkt dat het werkt, en dat kan al een heleboel helpen. Zoals het 'toverveertje' dat Disney-olifantje Dombo in zijn slurf vasthoudt, omdat hij denkt dat hij anders niet kan vliegen.

'Je kunt in ieder geval beter iets voor jezelf nemen in plaats van dat je de hond iets geeft', meent één van de invullers van de enquête. 'Want jij bent de persoon die de hond zenuwachtig maakt en niemand anders'. Veel handlers zweren wat dat betreft bij een simpel pepermuntje. Dat zou de adrenaline die door de zenuwen in je adem vrijkomt voor de hond verhullen.

En dan is er ook altijd nog de oude vertrouwde warme beker melk. 'Heel simpel', zegt een van de ondervraagden. 'Ik neem altijd een thermoskan met warme melk mee en neem een beker warme melk bij aankomst op de show. Heerlijk, ik ben meteen weer warm en voel me goed!' Zo kan iedereen bedenken wat het beste voor hem werkt. Wat zei George Alston ook alweer? 'The sport of dogs is 80 percent mental.'

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld februari 2006

7 januari 2006

Petje af?

Een exposant showt zijn honden altijd met zijn leren hoed op. Tot dusver altijd met succes en zonder problemen. De hoed is zijn 'look'. Maar in de erering op de tentoonstelling in Zwolle vraagt één van de ringmeesters hem tot zijn verbazing na een tijdje zijn hoed af te zetten. 'Dat heb ik maar gedaan', zegt hij. 'Maar ik snapte eigenlijk niet waarom. Anderen ook niet. Zijn hier eigenlijk regels voor? Dan weet ik dat voor een volgende keer.'

Goede vraag! Je komt in de ring van alles op kledinggebied tegen. Oudere exposanten herinneren zich ongetwijfeld nog zuster Estella, die Sint Bernards fokte en haar honden altijd in blauwgrijs en/of wit habijt voorbracht. Op Crufts heb ik wel eens iemand in een fladderende soepjurk op blote voeten voorbij zien komen, in de erering nog wel. In Duitsland verschijnen eigenaren van bijvoorbeeld de Bayerischer Gebirgsschweisshund van top tot teen in jachtkostuum voor de keurmeester. Veel exposanten van een Duitse Herder schamen zich niet voor hun trainingspak.

Interessante vraag, vindt ook de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. In de officiële tentoonstellingsreglementen is over kleding niets opgenomen. Wel is er zoiets als een ongeschreven algemene norm. De 'dresscode' varieert van casual tot netjes. Verzorgd, maar niet te extravagant. Het is immers de bedoeling dat de hond opvalt, niet de exposant. Maar is het nu hoed op of petje af? In de Hutchinson's Popular and Illustrated Dog Encyclopedia staan oude, uit de jaren dertig daterende foto's van exposanten die een hoed dragen. Toen was een hoofddeksel in de ring, voor zowel dames als heren, nog heel gewoon.

En tegenwoordig? Mag een hoed wel of niet? We raadplegen Beatrijs Ritsema, sociaal psycholoog, schrijfster en deskundige op het gebied van moderne manieren, omgangsvormen en etiquette. Haar antwoord: 'Heren horen binnenshuis geen hoed te dragen. Buiten mag het wel. Dames mogen zowel binnen als buiten hoeden dragen. Maar als de hoed deel uitmaakt van een bepaald kostuum mag het weer wel. Denk aan speekstalmeester in het circus of aan chirurgen met een operatiemuts of aan bisschoppen met een mijter. Volgens mij mag het op hondententoonstellingen ook. Ik zie niet in wie zich hieraan zou kunnen storen. Als de hond is opgedoft, dan mag het baasje zich toch ook opdoffen? Ik zie het bezwaar niet.' Waarvan akte.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld januari 2006

Nattigheid

Gezellig, een dagje naar de hondenshow. Reis gemaakt, gearriveerd, bench opgezet, spullen uitgepakt. Lekker een kop koffie erbij. En de hond? Oh ja, de hond! Die moet nog water. Arme hond. Het gebeurt nogal eens dat hij op een hondententoonstelling lang verstoken blijft van hetgeen hij juist op dat moment hard nodig heeft om in topconditie te blijven: water.

Shows vinden vaak plaats in geconditioneerde, warme en drukke hallen. Honden - wist u dat ze voor zo'n 70 procent uit water bestaan? - gaan door warmte en stress hijgen en verliezen daardoor meer vocht dan normaal. Een hond die onvoldoende water krijgt, kan lichte uitdrogingsverschijnselen gaan vertonen. Hij zal in de ring dan niet zo meer attent zijn en minder goed ogen. Voorkom dat door te zorgen dat u altijd en overal water voor uw hond bij de hand hebt, zodat hij regelmatig kan drinken. Het makkelijkste is zelf een gevulde fles en een handige, op hondenshows verkrijgbare drinkbak met speciale antimorsrand mee te nemen. Zo heeft u niet alleen op de show, maar ook tijdens de reis in de auto altijd water binnen handbereik.

Maakt het nog uit wat voor water u de hond geeft? Ja, meent de Amerikaanse Dr. Jocelynn Jacobs in haar aanbevelenswaardige boek 'Performance Dog Nutrition. Optimize Performance with Nutrition' (2005, ISBN 0-9759634-0-6). Nattigheid blijkt namelijk niet altijd even smakelijk te zijn. Sommige honden zijn, ook al lebberen ze soms wél uit de vieste sloten, niet dol op 'vreemd' water. Je hoeft bovendien niet ver de grens over om al showend in landen te komen waar het drinkwater van een slechtere kwaliteit of flink gechloreerd is. Om de hond aan het drinken te krijgen, kun je daarom het beste kraan- of mineraalwater van thuis meenemen.

Door stress kunnen honden zich, ondanks hun dorst, geen tijd gunnen te drinken. Het water is dan met bijvoorbeeld een beetje kipbouillon wat smakelijker te maken. Bovendien kan het handig zijn een hond op commando te leren drinken, zodat u hem een beetje extra kunt aanmoedigen. Dat gaat heel eenvoudig: op de momenten dat u de hond ziet drinken, beloont u hem daarvoor regelmatig door simpel vriendelijk 'goed zo, dat is drinken' te zeggen. De hond zal vanzelf de link gaan leggen tussen 'drinken' en de daarbij horende handeling.

Maak er een goede gewoonte van bij aankomst op een show éérst de waterbak te vullen. Gebruik als geheugensteuntje maar de slogan van de brandwondenstichting: eerst water, de rest komt later.

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld december 2005

Wuf!

'Put his head down', vraagt de Amerikaanse raskeurmeester op de Bundessieger show in het Duitse Dortmund, terwijl ze mijn hond Beetle betast. 'His head down?', herhaal ik en pruts wat onhandig met een beloningsbrokje en het showlijntje. 'His head down', herhaalt ze. Daar sta je dan, met je dertig jaar showervaring. Ik heb echt geen flauw idee wat ze bedoelt.

De keurmeester ziet aan mijn schaapachtige blik dat gewoon even voordoen in dit geval waarschijnlijk het beste werkt. Ze pakt mijn ene hand met daarin het showlijntje vast en trekt die omhoog. Mijn andere hand met het brokje manoeuvreert ze net iets onder de neus van de hond. Ah, zo! 'Keep his head down to show his neck', zegt ze. 'He has such a beautiful neck. Show it!'

Dat is het leuke van showen: op iedere tentoonstelling leer je wel weer wat bij. Een kwestie van je hand iets anders houden en je hond, in dit geval zijn nek, blijkt er net even beter uit te komen. Elke hond heeft zo zijn eigen showrecept, waarvan je de ingrediënten al naar gelang de situatie wat kunt aanpassen.

Als we als beste van het ras in de erering eindigen, heeft het showrecept van Beetle een klein snufje peper nodig. Hij is de dag voorafgaand aan de Bundessieger voor een actiefotoreportage op de hei geweest. Het rennen, frisbees vangen en rondplonzen in een vennetje met daarbij opgeteld een lange dag op de show zorgen dat hij best moe is. Ik moet dus een manier vinden om het twinkeltje in zijn ogen vast te houden.

De herdershondengroep wordt gekeurd door een Kroatische keurmeester. 'Moet je straks tegen de keurmeester wel Kroatisch praten, Beetle', zeg ik tegen hem. Blijkbaar vindt hij dat zinnetje op de een of andere manier grappig klinken. Hij reageert met attente oortjes, een brede staartzwiep en een heel zacht blafje. Wuf, klinkt het. 'Ga jij straks Kroatisch praten?' Weer komt er zo'n pufje uit zijn bek. Wuf! En als je dat in combinatie met een brokje dan nóg een keer tegen zo'n slimme Australian Shepherd zegt, heeft hij er weer een kunstje bijgeleerd.

De keurmeester komt onze richting op. 'Daar gaan we Beetle, Kroatisch praten!' Wuf, wuf, doet Beetle. Hij kwispelt, kijkt heel blij en mag door naar de volgende selectie. We gaan naar huis met een Bundessiegertitel, een kwalificatie voor Crufts én een nieuw commando: Kroatisch praten. Een beetje vreemd ingrediënt voor een showrecept misschien, maar het helpt!

© Judith Lissenberg
Gepubliceerd in De Hondenwereld november 2005